Feeds:
Berichten
Reacties

Heilig water

Noël perst de adem uit haar longen, de ruimte in. Ze voelt haar hart bonken in haar keel, zo hard dat ze een hand op haar keel legt om het bonken binnen te houden. Alles lijkt op elkaar. Of ze nu naar rechts kijkt, naar links of heel hard rondjes om haar eigen as draait. Het vuur is overal en verlicht op spookachtige wijze het uitgestrekte dal. Had ze maar niet geluisterd naar Moa.

“Laten we rechts afslaan,” had haar zusje voorgesteld.

Ze volgen altijd de kronkelige weg als ze samen bloemen gaan plukken, dus ze was akkoord gegaan. De weg werd na een paar minuten steeds breder en samen huppelden ze zigzaggend over de vlakke weg. Alles was hier mooier, de zon leek warmer, de bloemen fleuriger, totdat Noël de lucht in de verte donkerrood zag kleuren. Ze had aan Moa’s arm getrokken.

“We gaan weer terug,” had ze gezegd. Zij was tenslotte de oudste en Moa moest naar haar luisteren als ze gingen wandelen.

“Waarom?”

“De lucht kleurt rood in de verte,” had Noël gezegd en ze hoorde zelf dat het nogal bangig klonk.

Ze had Moa haar zin gegeven.

 

De grond onder Noëls voeten wordt steeds heter en ze hupt van haar ene voet op de ander. Ze ziet Moa op een heuvel verderop staan, onverschrokken en uitbundig zwaaiend.

“Noël, kom hier heen! Er zijn hier mensen en er is muziek!”

Noël hoort geen muziek en schudt haar hoofd. Ze opent haar mond om te roepen maar het geluid bereikt Moa niet. Haar zusje heeft zich omgedraaid en wiegt met haar lichaam mee op de muziek. Noël voelt de zoute tranen in haar huid branden. Wat zou mama zeggen als ze alleen thuis komt? Misschien is het beter als ze toch probeert naar Moa toe te gaan. Maar na een paar stappen in Moa’s richting ziet Noël dat ze gescheiden zijn door een muur van vuur, die zich naar alle kanten toe begint te verspreiden. Gaan. Nu. Noël struikelt over haar voeten en haar armen zwiepen ongecontroleerd achter haar aan. Ze hoort zichzelf de naam van haar zusje gillen in de rokerige stilte die in de lucht hangt. Het vuur vult het dal, overspoelt de levenden en dringt door tot in de krochten van Noëls ziel. Verkoolde restjes van hun vers geplukte bloemen liggen op de grond. De as regent op haar neer. Kleine deeltjes verstoppen haar neus. Rennen.

 

* * *

 

Een bonte verzameling van groenten en fruit ligt op het oude bloemetjes kleed van oma, het tafelkleed dat tevoorschijn gehaald wordt op dagen als deze. Zomerse, warme dagen waarop de zon hoog aan de hemel staat en het ruikt naar zonnebrand en honing. Als de familie bij elkaar komt om het leven te vieren. Noël en Moa zitten tegenover elkaar aan de houten tafel, die vanwege de hitte onder de schaduwrijke eikenboom geplaatst is. De groenten liggen op soort gerangschikt, evenals het fruit. De dieppaarse aubergines, de frisse citroenen, sappige tomaten en stevige courgettes liggen samen met knapperige sla uit de tuin aan de linkerkant uitgestald. Aan de andere kant liggen de meloenen, bananen, mango’s en aardbeien, gezelschap gehouden door tientallen fruitvliegjes.

“We treffen het met het weer,” doorbreekt Noël de stilte. Moa knikt en blijft geconcentreerd de aubergine in gelijke blokjes snijden. Ze schuift ze vervolgens in een kom en schenkt de olijfolie er royaal over heen.

“Het weer is inderdaad zalig,” verzucht Moa. “Ik moet eerlijk zeggen dat ik liever met mijn vriendinnen op het strand gezeten had dan vanavond te verkeren in het gezelschap van mensen die mijn culinaire kookkunsten niet kunnen waarderen.”

Noël schiet in de lach. “Ach zusje, worden je culinaire kunsten niet genoeg gewaardeerd?”

“Op dit familiefestijn niet echt nee,” mokt Moa. “En trouwens, zo geweldig vind jij deze verplichte bijeenkomst toch ook niet?”

Noël haalt haar schouders op. Ze verkruimelt de laatste walnoten, giet er walnotenolie overheen en voegt ze toe aan de salade. 

“Ik vind het goed om de traditie in ere te houden, zeker nu oma nog leeft. Het is de enige keer in het jaar dat de hele familie bij elkaar is.”

“Vorig jaar zei je anders nog dat je het vermoeiend vond om de hele avond je beste sociale beentje te moeten voorzetten,” werpt Moa tegen.

Noël fronst geïrriteerd haar wenkbrauwen, maar ze herinnert zich inderdaad dat ze vorig jaar iets dergelijks verzucht had toen de gasten vertrokken waren en ze samen met mama de rommel opruimden.

“Ach,” zegt ze, “laten we er maar het beste van maken. En oma waardeert onze kookkunsten wel.”

Ze schenkt twee glazen witte wijn in en heft haar glas.

“Op oma!”

Moa brengt haar glas tegen Noëls glas, neemt een grote slok wijn en loopt naar de kruidentuin om verse basilicum te plukken. Ze wast de kruiden onder het kraantje en loopt terug naar de tafel.

“Ik maak de tomatensalade met mozzarella en basilicum, goed?” Moa pakt een tomaat en het sap stroomt uit de tomaat als ze hem halveert.  

“Prima,” zegt Noël,  “maar je snijdt de tomaten verkeerd. Als je ze door de helft snijdt en al het vruchtvlees eruit haalt blijven er geen vitamines meer over.” Ze pakt een tomaat en snijdt hem in plakjes.

Moa haalt haar schouders op en snijdt de volgende tomaat ook door de helft.

“Volgende keer beter, ik doe het nu zo.”

Stilzwijgend snijdt Moa de tomaten en de mozzarella en mixt het met de vers geplukte basilicum, terwijl Noël de vruchten ontpit.

 

Het is half zeven. De broeierige warmte wordt geleidelijk verdreven door een koel briesje. De tafel is gedekt, de wijn staat in de koelers en de stokbroden liggen gesneden in de broodmandjes. De geurige salades in grote schalen en de versgeperste vruchtensappen in kannen. Iedereen heeft inmiddels plaats genomen aan de lange tafel. Papa staat op, op zijn kalende voorhoofd parelen zweetdruppeltjes.

“Voor dat ik een toast wil uitbrengen wil ik een zegen vragen over dit eten.”

Moa buigt zich naar Noël toe.

“Een maaltijd zoals wij hem bereiden heeft geen zegen nodig,” fluistert ze giechelend in Noëls oor. Noël duwt Moa met haar elleboog weg en schudt haar hoofd.

Na de zegen pakt papa zijn goed gevulde wijnglas en vraagt de gasten hetzelfde te doen.

“Ik wil allereerst mijn prachtige dochters bedanken voor het bereiden van alle heerlijke gerechten. Ik hoop dat het jullie smaakt. Op een gezellige maaltijd!”

“Op een gezellige maaltijd,” klinkt het in koor, waarop vervolgens de gesprekken losbarsten en iedereen het eten zich goed laat smaken.

 

Noël en Moa staan bij de moestuin om munt te plukken voor de thee, als oma naar ze toe komt lopen.

“Dag oma,” begroet Noël haar, “heeft u het naar uw zin?”

“Zeker, ik geniet er zo van dat iedereen bij elkaar is,” zegt ze terwijl ze op haar hurken gaat zitten en muntblaadjes helpt plukken. “En jullie hebben alles zo heerlijk klaargemaakt!”

Als ze genoeg verzameld hebben helpt Moa haar overeind en lopen ze naar een bijzettafeltje waar ze zojuist water gekookt hebben.

“Meisjes, krijgen we nog een concert vanavond?”

Noël schudt haar hoofd terwijl ze het hete water in de theeglazen schenkt.

“Dat was vroeger oma, we zijn geen tien meer,” zegt Moa. Bij de herinnering aan die concerten  verschijnt er een glimlach op haar gezicht. 

“Je hebt gelijk, jullie zijn groot geworden. Maar meisjes, wat was dat altijd een feest.”

Even trekt er een schaduw over oma’s gezicht.

“Opa genoot er ook altijd zo van.”

 

* * *

 

Zaterdagavond. Mama wast de broodbordjes en melkglazen af. Oma droogt de schone vaat nauwkeurig met een rood geblokte theedoek en zet alles op het aanrecht.

“Noël ruim jij alles even weg?”

Als mama het had gevraagd, had ze wat mokkend het servies in de kastjes gezet, maar Noël helpt oma graag. Ze begint met het wegruimen van de melkglazen.

“Goed zo, je bent een lieve meid.”

Als alles is weggewerkt beginnen mama en oma met het zetten van koffie en gaat Noël bij Moa op de bank zitten. Moa gaat volledig op in het boek dat ze vanmiddag gekregen heeft. Het is inmiddels traditie dat elke keer als opa en oma op bezoek komen de twee zussen een boek cadeau krijgen. Opa neemt met papa door welke dominees beroepen zijn. Normaal praat papa daar nooit over, maar als opa er is lijkt het opeens zijn favoriete gespreksonderwerp. Terwijl opa papa er van probeert te overtuigen dat het onbegrijpelijk is dat dominee Groen het beroep in een naburige gemeente heeft aangenomen, komen mama en oma binnen met twee dienbladen.

“Jonge dames, krijgen wij nog een concert vanavond?”

Opa is niet alleen gefascineerd door dominees, maar ook door muziek. Hij heeft misschien wel meer dan honderd cd’s in zijn verzameling. Noël slikt het laatste stukje koek door met een slok frisdrank en holt naar de muziekinstallatie. Het is niet moeilijk te vinden wat ze zoekt. Papa sorteert zijn cd’s op alfabetische volgorde. Haar vingers glijden over de cd’s, totdat ze bij de V komt en de vierjaargetijden van Vivaldi uit het rekje pakt. Moa neemt de cd van haar over en stopt het in de cd-speler. Noël maakt een deftige revérence – compeet met barokke armgebaren – onder hartelijk gelach van het publiek. Moa zit nog gehurkt naast de muziekinstallatie en Noël geeft haar een knikje. Ze weet wat haar te doen staat. Terwijl Moa op play drukt brengt Noël haar armen omhoog. Moa staat vliegensvlieg op en brengt haar denkbeeldige viool in de aanslag. Noël brengt haar armen uit elkaar, zwaait ze iets naar voren en de violiste begint te spelen. Haar ogen gericht op de snaren, haar korte rode haar dik en springerig rond haar gezicht. Ze houdt haar linkerarm gestrekt, haar hand licht gebogen. Terwijl haar kin op haar schouder rust tokkelen haar vingers op de snaren. Met haar rechterhand houdt ze de strijkstok vast, licht – vooral niet te krampachtig. De woonkamer vult zich met een bont scala van klanken. Vederlichte staccato – als een tippelend musje – welke overvloeit naar diepe, sobere klanken vol vibratie. Het middenstuk is extatisch. Noël danst met haar armen en leidt Moa door het stuk heen. Hun bovenlichamen laten zich gewillig meevoeren. Hun adem hoog in de borst door de inspanning. Als de muziek wegsterft maken Noël en Moa beide een revérence in hun blauw met wit gestippelde pyjama’s met paarse boordjes. Hun slipsokken hoog opgetrokken over hun broekspijpen. Het publiek staat op, klapt en joelt.

 

* * *

 

Moa knijpt een citroen uit over haar voeten en gooit de lege helften naast haar op het gras. Met een versleten borsteltje begint ze zachtjes het vuil van haar voeten te boenen. De tafel die een paar uur geleden prachtig gedekt was en vol stond met geurige gerechten is verandert in een chaos. Het tafelkleed is vies en ligt bezaaid met olijfpitten, borden met restjes eten, vieze glazen, bestek dat schots en scheef ligt en waxinelichtjes die nasmeulen. Op de grond ligt een verdwaalde lepel en wat gebloemde servetjes die door de wind van tafel zijn geblazen. Het schijnsel van de vuurkorf en de maan verlichten de tuin. Noël ligt op haar rug in het gras en neuriet zachtjes voor zich uit.

“Stel je voor dat we geen familie zouden hebben, Noël. Geen geschiedenis die ons herinnert aan wie we zijn en wie we zullen worden.”

“Net als Eva in het paradijs,” mijmert Noël. 

Moa stopt even met schrobben en kijkt Noël aan.

“Precies. Maar dan een leven dat zich uitstrekt als een plattegrond zonder dat de te lopen route al is aangegeven.”

“Hoe bedoel je?” vraagt Noël.

Moa begint weer te schrobben en haalt haar schouders op.

“Gewoon. De route van ons leven lag toch al vast vanaf het moment dat we geboren zijn?”

De vraag blijft in de lucht hangen. Noël draait zich om en ondersteunt haar hoofd met haar ellebogen. Uit de keuken klinkt gelach en het geluid van servies dat in kastjes gezet wordt.

 

Noël pakt de uitgeknepen helften van de citroen en perst het laatste vocht op haar voeten. In het halfduister tast ze in het vochtige gras naar het borsteltje. Als ze het in haar handen heeft begint ze gedachteloos te schrobben. Ze staart in de vlammen van de vuurkorf en met kracht komen de beelden van haar droom op haar netvlies. Niet als een wazige herinnering zonder details, maar als een gebeurtenis die met alle zintuigen waargenomen is. Misschien zou ze haar angst met Moa moeten delen nu ze hier zo samen in het gras zitten. Haar kleine zusje beetpakken en tegen zich aandrukken. Noël legt het borsteltje weg en staat op. 

“Zullen we gaan slapen?” vraagt ze.

“Ik slaap al,” mompelt Moa.

Noël hurkt bij haar neer, pakt haar beide handen vast en trekt haar overeind.

 “Dat kan je beter in een bed doen,” zegt ze en drukt een kus op Moa’s voorhoofd. Samen lopen ze door de schemerige tuin, het licht van het huis tegemoet.

Sarah is een intelligente vrouw. Ze werkt al jaren als secretaresse in de juridische sector en is toe aan een nieuwe uitdaging. Binnenkort wil ze op een aantal vacatures reageren.  Ze heeft een opzetje gemaakt voor een sollicitatiebrief, maar is niet tevreden over het resultaat. “Ik heb geen idee hoe ik mezelf moet verkopen,” mailt ze me. “Heb jij tips?”

 

Het schrijven van een sollicitatiebrief is inderdaad nog niet zo eenvoudig. Schrijven in correct Nederlands is belangrijk, maar is niet het enige waar je op moet letten als je een sollicitatiebrief schrijft. Om je op weg te helpen met jouw sollicitatiebrief, geef ik je een aantal tips:

 

1.       Schrijf je sollicitatiebrief in Word. Waarschijnlijk stuur je je sollicitatiebrief per e-mail. Toch raad ik je aan om de tekst in Word te typen. Er sluipen geheid minder fouten in je brief.  

2.       Spreek de ontvanger persoonlijk aan. ‘Geachte mevrouw Van der Stoel’ is beter dan ‘Geachte heer/mevrouw’. Gebruik de naam van de contactpersoon in je aanhef.   

3.       Lever maatwerk. Schrijf geen sollicitatiebrief die je vervolgens gebruikt om te reageren op vijf verschillende vacatures. Zorg dat elke sollicitatiebrief aansluit op de vacature waar je op reageert. 

4.       Motiveer! Veel mensen houden hun sollicitatiebrief vrij algemeen, terwijl het juist belangrijk is om je sollicitatie te motiveren. Waarom reageer je op de vacature? Waarom wil je graag bij bedrijf X werken?  

5.       Onderscheid jezelf. Wat heb jij het bedrijf te bieden? Welke vaardigheden en karaktereigenschappen breng jij mee? Laat je persoonlijkheid naar voren komen, daarmee onderscheid je jezelf van de rest.

6.       Zorg voor een strakke lay-out. Werk met alinea’s, dat leest een stuk prettiger dan een lange lap tekst. Laat de lay-out van je CV en je sollicitatiebrief op elkaar aansluiten.  

7.       Schrijf kort en bondig. Gebruik heldere, korte zinnen. Schrijf to the point en laat elke zin effectief zijn. 

 

Als afsluiter een top 7 van de meest gemaakte fouten in een sollicitatiebrief. Dan hoef je die in ieder geval niet meer te maken!

1.       stagair (stagiair)

2.       curriculum vitea (curriculum vitae)

3.       licenciaat (licentiaat)

4.       excell (excel)

5.       akademiejaar (academiejaar)

6.       geagregeerde (geaggregeerde)

7.       volwassenonderwijs (volwassenenonderwijs)  

Bron: VDAB

 

Behoefte aan meer tips? Hulp nodig bij het schrijven van je sollicitatiebrief? Ik help je graag! Kijk op mijn website http://www.marlieshanse.nl onder het kopje aanbiedingen. Of stuur me een mail voor meer informatie.

Grote bergen waar ik niet om heen kon kijken. Nevelige velden vol geknakte paardebloemen. Een dichte substantie van  miljoenen stofdeeltjes. Duizenden schelpen die een voor een afbrokkelden. Af en toe een zonnestraal van helder glas, die snel weer troebel werd. Mijn mond bebloed, korsten vol droge velletjes en dik speeksel wat maar niet wilde verdwijnen. Als ik sprak hoorde ik mezelf nauwelijks. De woorden lagen overal en het was een hels karwei om ze bij heen te rapen. Ik dacht aan gratis tandenstokers, de belastingpapieren en aan een voorbij razende trein. De slang in mijn neus was ik zat en toen ik hem er uit trok, duwden zachte handen me terug. Dezelfde handen die me steeds weer vastsnoerden aan mijn bed. Het maakte me boos. Ik wilde door het bos wandelen en de zee ruiken. Maar ze lieten me niet los. Het liefst sliep ik. Soms hoopte ik dat ik niet meer wakker werd. Soms vocht ik om de nevels te doen opklaren. Ik wist niet wat beter was. De zusters vond ik leuker dan mijn eigen vrouw. Ze voelden zacht en jong. Mijn vrouw zorgt goed voor me, maar ze is lastig. Ik wilde de zusters beetpakken en aanraken maar ze hadden me vastgesnoerd dus ik kon niet bij ze. Maar als een zuster mijn hand pakte liet ik haar niet meer los. Ik droomde. Warrige vlagen van madeliefjes in een zonovergoten veld. Een fles rum en een ruit geblokt kleed. De frisse naaktheid van een jonge vrouw. Schelpen om ons heen, totdat ze ons verstikte en ik wakker werd. De dagen vertraagden en versnelden zonder mij te vertellen waar ze bleven. De krant werd niet meer bezorgd en ik had dorst. Om zeven uur ’s ochtends kreeg ik bezoek en ’s avonds bleef ik alleen. Flikkerend tl-licht deed mijn ogen geen goed en als ik ze sloot zag ik helverlichte schelpen als discoballen. Toen ik weggleed dacht ik aan waterijs, dennenappels en mijn stropdassencollectie.

Mijn opa las regelmatig mijn schrijfsels en beloofde op een keer dat hij de kosten van het uitgeven van een boek op zich zou nemen. Dit fragment is geschreven na een ziekenhuisbezoekje aan mijn opa. De laatste weken van zijn leven was hij erg warrig.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.